Ik ben altijd al gefascineerd geweest door zwart-wit fotografie, de magie van de donkere kamer en de chemie, het afdrukken op bariet papier, het doordrukken en tegenhouden om zo de perfecte foto te krijgen. Uren kon ik daar mee bezig zijn.

Met de komst van de digitale fotografie werd alles anders en sneller en zat ik steeds meer achter een beeldscherm dan dat ik aan het fotograferen was: “Plaatjes mooi maken”, zo noemde ik dat. De spanning en de magie van het analoog ontwikkelen van films verdween en mijn plezier in fotografie nam af.

In mijn zoektocht naar hoe ik mijn passie voor fotografie opnieuw vorm zou kunnen geven kwam ik in aanraking met het wet-plate / collodion proces dat ontdekt is in 1851. Analoog fotograferen op glas of metalen platen met oude camera’s en lenzen, het zelf maken van de chemie recepten. Terug naar de tijd waar vakmanschap en meesterschap een grote rol speelde.

Telkens weer wordt ik geboeid door het onvoorspelbare karakter van dit 165 jaar oude procedé en het sublieme unieke resultaat. Een dergelijke foto is niet 1-2-3 gemaakt, het proces vraagt een zorgvuldige voorbereiding en uitvoer, je kunt niet overhaast te werk gaan. De tijd die dit proces nodig heeft zorgt dat er voldoende gelegenheid is om een band op te bouwen met mijn model. De mooiste, ontroerendste en grappigste verhalen komen soms langs.

Deze langzame manier van fotograferen zorgt ervoor dat ik een eigen beeldtaal heb ontwikkeld in mijn portretten. Ze hebben een puurheid en fijnheid tegelijkertijd.

Deze fijnheid wordt verkregen door het gebruik van de houten camera en de techniek van de natte collodium plaat.Het pure door de wijze waarop een persoon in beeld wordt gebracht, zonder franje, eerlijk, puur zonder opsmuk of tierelantijnen.